De wereld van de fotografie kent talloze begrippen. Als beginnend fotograaf kan je hier soms behoorlijk van afschrikken. Het lijkt alsof je een hele studie moet volgen voordat je een paar leuke foto’s kunt schieten. Niets is minder waar. Fotograferen is voor iedereen super toegankelijk en begrippen zijn er alleen maar om dit te verbeteren en te verduidelijken. Er zijn honderden fotografiebegrippen. Echter, als je onderstaande tien begrippen goed toe kunt passen, ben je al een heel eind op weg!

#1 – Witbalans

Je fototoestel stelt in de automatische stand direct de kleurtemperatuur vast. Zoals wij zelf de associatie hebben dat blauw licht koel is en oranje licht warm, zo doet je toestel dat ook. Het vaststellen van deze kleurtemperatuur is de witbalansinstelling op je toestel. In de handmatige stand kun je dit zelf doen en zie je al snel verandering in de foto’s als je de witbalans verandert. Hiermee maak je de uitstraling van een afbeelding warmer of juist koeler. Leer er meer over in het blog over witbalans.

#2 – Flits

Als klein kind is dit vaak het eerste fotobegrip dat je leert. Die flits is namelijk behoorlijk indrukwekkend. Flits en je komt op de foto! Toch wordt de flitser nog altijd een beetje misbruikt om meer licht in de foto te krijgen. Foto’s die met flits zijn geschoten worden al snel flets en eigenlijk weer té licht. Probeer het daarom eerst met witbalans, ISO en diafragma op te lossen en ga dan pas met een flitser werken. De flitser kan echter ook nuttige toepassingen hebben. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik bij een zonnige middag. Door het felle zonlicht te combineren met een flits krijg je vaak betere foto’s: naast zonlicht heb je nu ook een lichtbron van de zijkant. Hierdoor voorkom je bijvoorbeeld schaduwen in portretfoto’s.    

#3 – Scherptediepte

Scherptediepte wordt vaak terecht in één adem genoemd met diafragma. Je diafragmagetal geeft aan welke opening je gebruikt en hiermee hangt het snijpunt van je lens op de sensor samen. Met andere woorden: je kunt meer of minder diepte aanbrengen in je foto’s met behulp van diafragma. Zo kun je bijvoorbeeld een mooie bokeh in je foto’s brengen. Ideaal voor stilleven of portretfotografie. Diafragma wordt aangegeven met het F-getal. Hierbij geldt: een grote opening/diafragma geeft weinig scherptediepte en andersom. Een grote opening wordt aangegeven met een laag F-getal en een kleine opening met een groot F-getal. Kortom:

  • Kleine opening is klein diafragma met hoog F-getal en hoge scherptediepte
  • Grote opening is groot diafragma met laag F-getal en lage scherptediepte

#4 – Zoom

Nog zo’n herkenbaar iets aan een camera is de zoom. Zoom is wederom iets dat je als klein kind meteen onthoudt aan een toestel. De enorme lenzen van onder andere sport- of natuurfotografen spreken dan ook vaak tot de verbeelding. Alhoewel het eigenlijk altijd beter is om iets van dichtbij te fotograferen, is de zoomfunctie natuurlijk een geweldige optie. Je kunt namelijk opeens die zeldzame vogel of de bekende voetballer wel héél dichtbij halen! Trillende handjes is echter funest voor de kwaliteit. Gebruik daarom altijd een statief bij een grote lens, anders zijn vage foto’s eerder regel dan uitzondering.

#5 – ISO

ISO-waarde is één van de meest onderschatte functies van jouw toestel. Het geeft de filmgevoeligheid van je toestel aan. Voor fotograferen in het donker is het één van de beste manieren om meer licht aan te brengen in je foto’s, maar pas op: hogere ISO-waardes zorgen wel voor meer ruis in je foto’s. Wanneer je bij een waarde van 100 nog nauwelijks iets ziet op de foto, wordt bij een waarde van 400 opeens veel meer duidelijk.

 

#6 – Compositieregels

Eigenlijk is dit meer een categorie. Er zijn namelijk diverse compositieregels: regel van derden, gulden snede of lijnen om maar een paar te noemen. Toch komt het op één ding neer, namelijk: het maken van een “kloppende” foto. Indelingen zorgen ervoor dat we een foto logisch vinden. De beste foto’s, waaronder de duurst verkochte foto ooit verkocht (Rhein II), maken dankbaar gebruik van compositieregels.

Tip: is het onduidelijk welke lijnen je aan moet houden bij het fotograferen? Gebruik dan de rasterfunctie op je toestel. Deze is vaak al ingebouwd in de functies van je toestel.

#7 – Focus en macrofotografie

Alles draait om details bij fotograferen. Focus en macrofotografie leggen deze details op een geweldige manier vast. Een honingbij op een rooster, een boom in bloei of foto van een lekker gerecht. Allemaal vormen waarbij het draait om de focus. Dit is extra goed te combineren met een mooie wazige achtergrond, waardoor het onderwerp de volle aandacht krijgt. Hiervoor gebruik je natuurlijk weer fotobegrip nummer drie: scherptediepte. De juiste focus breng je altijd aan met je lens die je scherp stelt op het onderwerp. Gebruik de automatische of de handmatige focus om scherp te stellen.

#8 – Sluitertijd

Nog zo’n geweldige functie: de sluitertijd! Hoe langer de sluitertijd, des te meer beeld er op de lens valt. Als je dat weet is de functie eigenlijk al uitgelegd. Meer beeld betekent dat de beweging in dit beeld wordt vervaagd en dat er meer licht op de lens valt. Ideaal als je bijvoorbeeld de sterrenhemel wilt fotograferen, maar ook als je de beweging op een autoweg op een donkere avond wilt vastleggen. Door de langere sluitertijd zie je de autolichten als één streep, waarbij de omgeving ‘vast’ blijft staan.

Let op: omdat de sluitertijd gevoelig is voor beweging, is het gebruik van een statief noodzakelijk. Op deze manier zorg je ervoor dat alleen het beeld beweegt en je toestel goed op zijn plek blijft.

#9 – Automatisch of handmatig

Het instellen van je toestel vergt aandacht. Witbalans instellen, op een juiste manier zoomen en ga zo maar even door. Kies je voor automatisch? Dan stelt je toestel alle instellingen automatisch in. Bijna het enige wat je hoeft te doen is zoomen en klikken. Alhoewel de automatische stand steeds beter wordt, is handmatig nog altijd het beste. Jij bent dan immers de baas. Kies hier dan ook voor als je echt alle tijd hebt voor de foto. Anders is handmatig een betere optie.

Tip: wist je dat je ook een semi-handmatige optie op je toestel hebt? Hierbij stel je je toestel in naar een voorkeur voor diafragmagebruik (Av of A), sluitertijdvoorkeur (Tv of S) of de programmamodus (P) waarbij de twee gecombineerd worden.

#10 – RAW

RAW geeft je de mogelijkheid om later nog witbalans te veranderen. Handig, bijvoorbeeld als je een foto wilt maken waar je onzeker bent over de juiste witbalans. Ga je alleen in RAW fotograferen? Zorg dan voor extra geheugen. Doordat alle fotogegevens van de sensor in je toestel worden opgeslagen, zit je geheugen namelijk veel sneller vol. Bovendien is het een vereiste dat je de foto’s later omzet naar JPG. Hiervoor kun je één van de vele beschikbare fotobewerkingssoftware gebruiken.

#11 – CEWE bestelsoftware

Bij CEWE vinden we dit eigenlijk ook een belangrijk fotobegrip. Want met de CEWE bestelsoftware zorg je natuurlijk dat jij uiteindelijk iets leuks doet met je foto’s. Bestel via de software bijvoorbeeld een leuke wanddecoratie of een sierlijk fotoboek!