Of je nu met je camera in je eigen achtertuin aan de slag gaat of eropuit trekt, insecten vind je in de zomer overal om je heen. Lang zoeken naar je onderwerp is dus niet nodig. Je kunt denken aan die vervelende vlieg, die er van dichtbij stiekem best heel cool uitziet, maar ook aan prachtige vlinders en libellen. Maar hoe maak je nou een goede foto van een insect? En heb je dan gelijk zo’n dure macrolens nodig? Wij hebben tips.

Insecten fotograferen

Iedereen kan insecten fotograferen
Insecten fotograferen is een vorm van macrofotografie: kleine onderwerpen leg je in groot formaat vast. Maar hoe doe je dat, zo dicht op je onderwerp komen, zodat je zelfs de kleinste details kunt bewonderen? Daarvoor zijn speciale macrolenzen te koop, maar die zijn behoorlijk prijzig. Gelukkig kun je ook mooie macrofoto’s maken zonder gelijk dure apparatuur aan te schaffen. Zo beschikken de meeste digitale compactcamera’s over een macromodus, meestal te herkennen aan het tulpje. Omdat door deze functie je scherpstelafstand wordt verkleind, kun je dichter bij je onderwerp komen en toch nog scherpstellen.

Zorg dat je dicht op je onderwerp kunt komen
Heb je een spiegelreflex of compacte systeemcamera, maar geen zin om een dure macrolens aan te schaffen? Er zijn een paar betaalbare alternatieven. Je zou bijvoorbeeld een voorzetlens op je huidige objectief (bijv. kitlens) kunnen plaatsen. Dit is een filter dat werkt als een vergrootglas, zodat je dichterbij kunt scherpstellen. De kwaliteit van je foto’s gaat alleen wel wat achteruit. Een andere optie zijn de zogenaamde tussenringen. Deze ringen plaats je tussen je camera en het objectief (de lens). Omdat je de lens nu verder van je camera plaatst, kun je dichterbij scherpstellen. Je kunt ook meerdere ringen combineren om zo steeds dichter bij je onderwerp te komen. En als derde optie zou je een close-up filter (oftewel dioptriefilter) kunnen gebruiken, handig voor op je kitlens.

Of ga voor een echte macrolens
Wil je toch graag een macrolens aanschaffen? Bij het fotograferen van insecten is het handig als je wat meer afstand kunt bewaren. Met zo’n grote lens op z’n snufferd, is het beestje er immers zo weer vandoor. Je kunt voor het fotograferen van insecten dus beter kiezen voor een langere lens – circa 90mm tot 180mm – in plaats van de (doorgaans goedkoopste) lenzen die een brandpuntsafstand van ongeveer 40mm tot 60mm hebben.

Sommige macrofotografen maken er een sport van echt contact met een beestje te maken. Zo kijkt deze vlieg ons recht aan.
Sommige macrofotografen maken er een sport van echt contact met een beestje te maken. Zo kijkt deze vlieg ons recht aan. Wat een stoer beestje!

Ga vroeg op pad
Vroeg op pad gaan heeft zo z’n voordelen. Ten eerste is het licht in de ochtend mooi zacht en fris, waardoor je prachtige, sfeervolle plaatjes kunt maken. Een ander voordeel is dat de meeste insecten eerst moeten opwarmen voordat ze actief kunnen zijn. Wat betekent dat ze lekker stil blijven zitten en dat jij dus mooi je gang kunt gaan. En als het dan ook nog eens windstil is, heb je helemaal veel kans op een mooie foto. 

Wees goed voorbereid
Tuurlijk, af en toe heb je zo’n mooie toevalstreffer. Je zit in de tuin en er zit een prachtige vlinder op de tak naast je. Je pakt snel je camera en ja hoor, hij staat erop. De meeste mooie foto’s van insecten vragen echter toch om iets meer voorbereiding. Is er een bepaald soort insect dat je graag wilt fotograferen? Dan is het handig om je van tevoren in het diertje te verdiepen. En wanneer je op pad gaat, is het slim om de weersvoorspelling in de gaten te houden. De meeste insecten houden niet van een fikse regenbui!

Vlinder - insecten fotograferen

Observeer
Wanneer je bepaalde insecten wat langer observeert, leer je vanzelf wat hun favoriete plekjes zijn. Ook insecten hebben zo hun routines, dus vaak keren ze weer terug naar hun favoriete tak of bloem. Intussen zit jij klaar met je camera. Ook heb je zo meer kans op bijzondere momenten. Denk aan parende lieveheersbeestjes of een honingbij die stuifmeel verzamelt.

Honingbij - insecten fotograferen

Let op de achtergrond
Handig bij macrofotografie is dat er maar een klein gedeelte scherp is. Toch is het wel handig om de achtergrond in de gaten te houden. Je wilt niet dat deze erg druk is, want dat leidt immers af van je onderwerp. Ga dus op zoek naar een goed standpunt om je foto te maken, zodat het kleine beestje goed tot zijn recht komt. Kijk ook goed hoeveel je van de omgeving wilt laten zien. Bij mooi licht is het bijvoorbeeld heel sfeervol om een wat ruimer beeld te schieten.

Kom op ooghoogte
De achtergrond speelt een grote rol in de compositie van je foto. En dus is het belangrijk om op ooghoogte van het insect te komen wanneer je het gaat fotograferen. Van bovenaf heb je namelijk grote kans dat het beestje bijvoorbeeld wegvalt tegen het groene blad en daarbij is het meestal ook niet zo spannend, omdat we eigenlijk altijd al op deze kleine beestjes ‘neerkijken’. Ga dus door je knieën of zelfs op de grond liggen. Zorg er in elk geval voor dat je het beestje kunt aankijken. Zo komt ie ook gelijk los van de achtergrond. 

Lieveheersbeestjes - insecten fotograferen

Misschien vind je dit ook interessant:
– Macrofotografie: maak de mooiste close-upfoto’s
– Een foto moet lekker lezen, mooi kijken en vooral kunstig zijn
– Fotoboek: Macrofotografie in eigen tuin
– De mooiste foto’s maak je gewoon dichtbij huis
– 13 waardevolle tips voor macrofotografie